De betekenis van Ayurveda

Ayurveda betekent, kunst van leven. Ayu is leven, r is van en veda is kunst. Ayurveda is de gezondheidsleer van India. Veda betekent ook tekst, hymnen, sloka. De Veda’s zijn de oudste teksten van de wereld. Er zijn verschillende Veda’s, boekwerken waarin de werking van natuurkrachten wordt beschreven, de werking van de wetmatigheden in de natuur. De krachten van de natuur zullen er altijd zijn en de wetmatigheden zullen nooit verdwijnen. Het maakt niet uit waar ter wereld men zich bevindt. De Ayurveda beschrijft de kennis van het leven. Zij bevat kennis over een natuurlijke leefwijze, over een natuurlijke harmonie tussen de mens en de omgeving. Tevens geeft zij aan hoe men de harmonie kan herstellen wanneer deze is verstoord.

De oorsprong van Ayurveda

Duizenden jaren geleden werd de Ayurveda door wijze mensen in India ontwikkeld. Ze toonden inzicht in de grondbeginselen van gezondheid en geestelijk en lichamelijk welbevinden. Het verhaal zegt dat het inzicht hen door de Goden werd gegeven. In elk geval schuilt er veel wijsheid in hun “kennis van het leven” (dat is de letterlijke betekenis van het woord Ayurveda). Zij beschouwt het leven als een totaliteit, de mens is een universeel wezen, die men niet los kan zien van de omgeving.

Waar komen de Veda’s vandaan? Men kan door de eeuwen heen 4 tijdperken onderscheiden. Op dit moment leven wij in de Kali Yug, het tijdperk van materialisme. Dit is het vierde tijdperk. Het eerste tijdperk was het Satya Yug. Sat betekent waarheid. Het is het tijdperk waarin de Veda’s hun oorsprong vinden. In dit tijdperk stonden de mensen nog veel meer in contact met de Goddelijke wereld. Er waren in deze tijd Rishi’s, zieners, wijzen, die de waarheid konden aanschouwen in meditatieve toestand. In Indiase terminologie zegt men dat zij in contact stonden met Brahman. Brahman betekent: de Schepper, het Allerhoogste, de Waarheid, het Goddelijke. In contact komen met Brahman betekent dat je ziet hoe het leven in elkaar zit, dat je weet waarom wij hier zijn; waar wij naar toe gaan; de principes van het leven doorziet. Deze Rishi’s waren dus in staat tot een zeer verfijnde waarneming en konden de waarheid schouwen oftewel zien met het innerlijk oog. Deze kennis werd in eerste instantie mondeling doorgegeven en is later op schrift gezet. Zo heeft de Ayurveda een aantal klassieke werken, die bewaard zijn gebleven en tot op de dag van vandaag over de gehele wereld gebruikt kunnen worden, daar deze kennis van het leven universeel is.

De ayurveda zelf is geen filosofie, maar een heel praktisch ingestelde gezondheidsleer. De ayurveda is geen geloof en heeft niets sektarisch. Ze veroordeelt niet en dwingt niet. Ze adviseert en wijst mogelijke wegen aan.

Aan de ayurveda ligt wel een bepaalde visie ten grondslag, een visie op de wijze waarop de schepping is ontstaan, een visie op de plaats van de mens en op zijn verhouding tot de hem omringende wereld. Die grondslag vindt de ayurveda in de Indiase filosofische scholen die uit het denken over de Veda’s, de heilige boeken van het hindoeïsme, zijn voortgekomen.

De filosofische school die het dichtst bij de ayurveda ligt is de Samkhya-filosofie. Het is een filosofie die de mens en de wereld waarin hij leeft ziet als een manifestatie, een vormgeving van de oerkrachten die aan de oorsprong, aan de basis staan van de Natuur. Het zijn Purusha, het onbeweeglijke, het tijdloze, het onkenbare en Prakriti, het beginsel van beweging. Uit het contact van Prakriti met Purusha ontstond het scheppingsproces dat nimmer eindigt en waarin de oerbeginselen zich op afdalende niveaus van materialisatie manifesteren.

In dat proces ontstaan de drie “Guna’s”, de drie eigenschappen: Sattva het zuivere, heilige, lichte; Rajas, het vurige, beweeglijke, veranderende; en Tamas, het trage, inerte, duistere. Uit Sattva, Rajas en Tamas zijn de vijf elementen gevormd de “Panch mahabhuta’s”. Uit Sattva ontstond ether, uit Sattva en Rajas lucht, uit Rajas vuur, uit Rajas en Tamas water en uit Tamas aarde. Dat zijn de vijf elementen: Akash (ether), Vayu (lucht), Tejas/Agni (vuur), Jala (water) en Prithvi (aarde), waaruit al het bestaande is opgebouwd. Het gaat hier om de energetische principes die door deze termen uit onze dagelijkse omgeving worden aangeduid. Daarom gebruiken we liever de Sanskrietnamen. Wanneer alles uit de vijf elementen is opgebouwd in wisselende samenstelling, wordt ook onze verwantschap met de kosmos duidelijk. Wij zijn een stukje van het grote bouwwerk. Wij zijn de microkosmos die zich in de macrokosmos weerspiegelt.

Ook de drie bio-energetische krachten, de tridosha die onze constitutie bepalen zijn gevormd uit de vijf elementen. Vata, de kracht van de beweging, ontstaat uit ether en lucht; Pitta, de kracht van de transformatie, ontstaat uit vuur en water; Kapha, de kracht van de opbouw en structuur, ontstaat uit aarde en water. Bij onze geboorte wordt de unieke blauwdruk van onze tridosha-balans vastgelegd. Wanneer we dit unieke evenwicht weten te bewaren, zijn in harmonie, zijn we gezond.

Wat zijn de kenmerken van vata, pitta en kapha?
Vata wordt gevormd uit de elementen ether en lucht. Het is de bio-energetische kracht van beweging. Vata beheerst bijvoorbeeld onze motoriek, de zenuwimpulsen. Het werkt in de beweging van het ademhalen, de stoelgang en de bloedsomloop. Maar ook de verspreiding van ziekte in het  lichaam gebeurt niet zonder vata. De belangrijkste kenmerken van vata zijn lichtheid, droogte, koelte en een zekere ruwheid die door de droogte wordt veroorzaakt. Een uitgesproken vata-type is lichtgebouwd, heeft een droge huid. Het beendergestel, de tanden, de nagels zijn niet sterk. De geest van de vata is bewegelijk, staat open voor nieuwe dingen, maar is kort van memorie en laat ook weer snel los. Hij kan onrustig slapen. Hij heeft een hekel aan kou en houden van zoete, zure en zoute smaken.

Pitta wordt gevormd uit het element vuur met een weinig water. Het is de bio-energetische kracht van transformatie. Pitta beheerst de spijsvertering. Pitta beheerst ook de geestelijke transformatieprocessen waarbij indrukken van buiten worden omgezet in gedachten en ideeÎn en innerlijke beelden. Het bloed is een belangrijke zetel van pitta, maar dan voor zover het bloed de transformatieprocessen in het lichaam beheerst. Je kunt bijvoorbeeld denken aan de hormoon- en   enzymen-huishouding.  De belangrijkste pitta-kenmerken zijn warmte, lichtheid en vochtigheid. Een uitgesproken pitta-type is normaal gebouwd met weinig vet. Hij heeft behoefte aan koelte en kan beter vochtigheid vermijden. Hij is intelligent, ordelijk en daadkrachtig. Hij kan ook agressief en jaloers zijn. Hij houdt van zoet, bitter en samentrekkend. En is gek op koude dranken.
Kapha wordt gevormd door aarde en water. Het is de bio-energetsiche kracht van de structuur, van de opbouw. Kapha beheerst het beendergestel en het spierstelsel. Ook de vocht- en slijmhuishouding, zoals het lymfevocht of de slijmvliezen staan onder invloed van kapha. De belangrijkste kenmerken van kapha zijn zwaarte, olieachtigheid, koelte. Een uitgesproken kapha-type is zwaar gebouwd, heeft een glanzende huid, dik haar, krachtige tanden en nagels en zachte glans in de ogen. Hij is goedmoedig en vergevingsgezind. Hij is niet erg snel. Hij heeft een uitstekend geheugen. Je kunt van hem op aan. Hij kan lang en gezond slapen. De kapha-mens houdt van scherp, gekruid, bitter en droog voedsel.Aan de voedsel-voorkeuren kun je zien, dat bij een gezonde mens deze uitgaan naar voedsel dat de kenmerken van de eigen dosha in evenwicht houdt. Een vata moet zwaardere maaltijden gebruiken, terwijl de kapha juist een lichte maaltijd nodig heeft. De pitta eet koel en enerzijds bitter en  anderzijds zoet, maar geen scherpe en zure voeding en niet te veel zout.