Het holistisch denken, ofwel het idee dat alles met elkaar in verband staat, is een belangrijk uitgangspunt in de Chinese geneeskunde (TCM). Geen enkele ziekte komt uit het niets tevoorschijn. Ziekte is een gevolg van balansverstoringen die in het verleden zijn ontstaan. De gehele mens wordt in ogenschouw genomen, als we de geestelijke en lichamelijke balansverstoringen die de klachten veroorzaken, willen identificeren.

Al meer dan 2000 jaar geleden is deze kijk op de wereld genoteerd in diverse klassieke medische geschriften. Een van de bekendste en belangrijkste is de Nei Jing, het boek van de Gele Keizer uit 475 v. Chr. In die tijd namen genezers de natuur om zich heen als uitgangspunt. Ze namen waar dat deze constant in beweging is en terugkerende cyclische patronen kent. De mens is een afspiegeling van de natuur en de kosmos in het klein. Net zoals de natuur altijd in beweging is en de seizoenen elkaar afwisselen, gebeurt dit bij de mens ook.

Deze denkwijze kan overigens goed worden vergeleken met denkbeelden in het Westen uit die tijd, het was namelijk ook de tijd van Hippocrates (460-377 v. Chr). Zowel de Oosterse als de Westerse geneeskunde ontwikkelde zich vanuit de natuurfilosofie. De benadering van Hippokrates kan ook holistisch worden genoemd. De zieke en niet de ziekte werd centraal gesteld. Dat is overigens nog steeds een centraal uitgangspunt in de natuurgeneeskunde.

Een belangrijk uitgangspunt binnen de TCM is het feit dat iedereen uniek is, ook in zijn klachtenpatroon. Uiterlijke symptomen kunnen bij meerdere personen identiek zijn; dit betekent dan nog niet dat deze personen op dezelfde wijze gediagnosticeerd kunnen worden. De context en de oorzaak kunnen per individu zeer verschillen. Om een precies beeld te kunnen krijgen van de mogelijke ziekte van de mens, neemt de diagnose binnen de TCM dan ook een belangrijke plaats in. De behandeling van personen met identieke uiterlijke symptomen kan per individu verschillen.

De TCM kent een betrekkelijk eenvoudige wijze van definiëren van gezondheid. Echter, voor de Chinezen is gezondheid een theoretische situatie, waarin zich geen abnormale lichamelijke afwijkingen voordoen en een evenwichtig beeld wordt getoond. Harmonie is iets dat vrij eenvoudig kan worden vastgesteld. In de Chinese geneeskunde gaat het juist om het kunnen waarnemen van disharmonieen  en het kunnen herkennen van een bepaald patroon in de symptomen. Naar aanleiding daarvan kan een therapie worden ontwikkeld.

Yin en Yang zijn twee tegenovergestelde krachten die elkaar constant afwisselen en in evenwicht houden. Het zijn de oerkrachten waaruit alle gebeurtenissen in de kosmos, het hele universum, plaatsvinden.

Yang betekent in oorsprong felheid, zon. Hiermee associëren we eigenschappen als hitte, prikkeling, beweging, activiteit, opwinding, kracht, licht, buitenkant, opwaarts, uiterlijk en toename.

Yin betekent in oorsprong schaduwzijde van de helling en wordt in verband gebracht met eigenschappen als koude, rust, ontvankelijkheid, passiviteit, duisternis, binnenkant, benedenwaarts, innerlijk, vermindering. De afwisseling van yin en yang is een continu transformatieproces, dat we kunnen waarnemen in veel natuurlijke fenomenen zoals bijvoorbeeld de afwisseling tussen dag en nacht, de seizoenen en het klimaat.

Ook bij ziekte preventie bestaat de kern van de oosterse geneeskunde eruit te begrijpen dat het  een in het tegenovergestelde kan veranderen. Als we ons hiervan bewust zijn, kunnen we dit voorkomen en een evenwicht proberen te zoeken.

Qi, bloed, lichaamssappen, jing en shen zijn de belangrijkste basisstoffen van het lichaam.

Het is onmogelijk de volledige betekenis van het begrip Qi weer te geven; laat staan een letterlijke vertaling. Qi wordt omschreven als drijfkracht, levensenergie, voedende kracht. Qi is de bron en begeleider van elke beweging in ons lichaam en beschermt het lichaam tegen ziekte. Qi zorgt voor transformaties in het lichaam van het voedsel, de dranken en de inademing die we tot ons nemen. Qi transformeert deze stoffen tot bloed, Qi, zweet, tranen en urine. Qi verwarmt het lichaam, het houdt de organen op zijn plaats, het zorgt ervoor dat het bloed binnen de banen blijft. Qi vormt niet alleen de basis voor alle fysiologische processen in ons lichaam, maar ook van alle emotionele en mentale processen.

Het jing is de meest basale vorm van energie van waaruit we ons ontwikkelen, een basisextract. Het is onze basale en kostbare energiebron. Het jing is opgeslagen in de nieren.

Er zijn twee typen jing: het ene heb je voor de geboorte al meegekregen, in de TCM wordt het ‘voorhemelse jing’ genoemd. Dit jing is te vergelijken met ons DNA. Het is de energie die je meekrijgt van beide ouders op het moment van conceptie, wanneer de eicel en zaadcel samensmelten. Het is datgene wat jou uniek maakt en sterk, het bepaalt je constitutie. Iemand met een goed voorhemels jing omschrijf je als een ‘sterk mens’. Het lastige van dit type jing is dat je er maar een bepaalde hoeveelheid van meekrijgt dat je tijdens je leven opmaakt. Tijdens het leven kan deze energie zich niet of nauwelijks vermeerderen, maar door er voorzichtig mee om te gaan en gezond te leven kan de kwaliteit worden geoptimaliseerd en ligt een lang leven in het verschiet. Als deze voorraadpot leeg is, ben je aan het einde gekomen van je leven.

Je kunt deze eindige jing deels aanvullen met ‘nahemelse jing’. Deze vorm van qi of drijfkracht haal je uit voeding en dranken. Zolang dat goed gebeurt, zul je hieraan voldoende hebben en hoef je niet of nauwelijks te putten uit de voorraadpot met het voorhemelse jing.

Naarmate je ouder wordt, wordt het lastiger om te kunnen putten uit de nahemelse jing en zul je steeds vaker de voorraad voorhemelse jing moeten aanspreken. Je zou het kunnen vergelijken met een kaars die uitgaat als de was op is.

Dit idee van ouder worden, staat ook centraal bij het verouderingsproces bij vrouwen. De menopauze zorgt ervoor dat het verouderingsproces wordt vertraagd. Bij de vrouw is elke maand een beetje van dit voorhemelse jing nodig bij de menstruatie. De nieren zijn de opslagplaats voor de jing. De nieren nemen dan ook, mede vanwege deze functie, een belangrijke plaats in binnen de TCM.

Een orgaan is in de Chinese geneeskunde, meer dan een anatomische en fysiologische eenheid, zoals in het Westen. Het bevat ook mentale, emotionele en spirituele aspecten. Elk orgaan hangt samen met een emotie, weefsel, zintuig, mentaal aspect, kleur, klimaat, smaak, geur, etc. Om wat voorbeelden te noemen: de long is het orgaan dat met de emotie verdriet wordt geassocieerd. De long houdt van droogte. Bij de nieren hoort het geestelijke aspect wilskracht, de interne organen die bij de nieren horen zijn de botten, de smaak is zout, de kleur is donker/zwart en het bijbehorende zintuig zijn de oren. Bij het hart hoort de vreugde, het hart houdt van warmte, manifesteert zich in de gelaatskleur, kent een bittere smaak, haar kleur is rood en het bijbehorende zintuig van het hart is de tong. Elk orgaan is een complex energetisch systeem.

De organen werken samen in een netwerk van banen of meridianen die door het lichaam lopen, inwendig en vlak onder het huidoppervlak. Dit netwerk geeft het lichaam kracht bij al haar bewarende, verspreidende, behoudende, transformerende, absorberende, verwijderende opwaartse, neerwaartse, activerende en kalmerende activiteiten. Wanneer deze processen op harmonische wijze plaatsvinden, is het lichaam gezond en in evenwicht.

De meridianen kunnen overigens niet met het blote oog worden waargenomen. Meridianen zou je kunnen zien als rivieren waar qi doorheen stroomt. Door allerlei oorzaken kan deze qi geblokkeerd raken. Er ontstaat een stuwing, vergelijkbaar met een dam of obstakel in de rivier. Achter de dam hoopt de qi zich op en kan er een teveel ontstaan of een exces. Voor de dam is er juist een tekort, of een leegte.

Binnen de Chinese Geneeskunde maakt men gebruik van vijf elementen (hout, water, vuur, aarde en metaal) die samen zorgen voor een goede lichamelijke en geestelijke gezondheid. Deze elementen corresponderen met bijvoorbeeld een orgaan, kleur of smaak. In de Chinese voedingsleer gebruikt men deze elementen bij het samenstellen van een maaltijd. Zo worden smaken gecombineerd en houdt men rekening met de effecten die ingrediënten hebben op onze organen en emoties.

Hout Vuur Aarde Metaal Water
Lever Hart Maag Long Nier
Galblaas Dunne darm Pancreas Dikke darm Blaas
Groen Rood Geel, oranje Wit Blauw, zwart
Zuur Bitter Zoet Scherp Zout
Stengel Blad Vrucht Knol Wortel, zaad
Voorjaar Zomer Nazomer Herfst Winter
Wind Hitte Vocht Droogte Koude
Woede Vreugde Piekeren Verdriet Angst

Doel van Oosterse geneeswijzen is om de gezondheid te bevorderen. Dit kan door de energiestroom in de meridianen, die vaak geblokkeerd raakt, te bevorderen. Dit kan door of de excessen te elimineren of de tekorten aan te vullen. Dit is de basis van het behandelen volgens de Chinese geneeskunde.